Ontdek de poelen in je
buurt
Waarom verdwijnen poelen?
Vroeger vond je bij iedere boerderij een
poel die voor heel verschillende dingen
gebruikt werd. In de eerste plaats deed hij
dienst als drinkplaats voor het vee. Maar
ook als waterreserve in geval van brand,
voor het besproeien van de moestuin, als
kweekplaats voor waterkers of andere
kruiden,... Maar ondertussen is er veel
veranderd op de boerderij en werden de
poelen overbodig en drooggelegd of
volgestort.

Klik op de tekening om
deze te vergroten
Vind je de poster hierboven leuk? Laat
het ons weten en dan sturen we je er
gratis één op (je betaalt alleen
de verzendingskosten)
Interesse?
Stuur ons een enveloppe met daarin een
aan jezelf gerichte enveloppe waarop je
3 prior postzegels gekleefd hebt. Zorg
dat je naam, voornaam en adres goed
leesbaar zijn. Stuur je enveloppe naar:
WWF-Cyberpanda Club - E. Jacqmainlaan 90
-1000 Brussel.
Opgelet: dit anbod geldt alleen voor wie in België woont. |
Waarom zijn poelen belangrijk?
Poelen en vijvers mogen niet verdwijnen. Ze
zijn van levensbelang voor tal van planten
en dieren. Amfibieën (kikkers, padden,
watersalamanders) brengen heel hun leven
door in een straal van 500 meter rond hun
geboortepoel. De kans dat ze een ander
waterrijk plekje vinden binnen die omgeving
is niet zo groot. We moeten er dus voor
zorgen dat er geen poelen meer verdwijnen of
- beter nog - dat verwaarloosde of
volgestorte poelen weer in hun oude staat
teruggebracht worden. Want behalve de
amfibieën zijn er nog honderden andere
waterdiertjes, waterplanten en vogels die
van deze poelen afhangen.
Enkele poelbewoners...
Kikkers
en padden
Kikkers en padden zijn amfibieën. Ze leven
op het land en in het water. Ze kunnen niet
zonder poel of plas. De kikkers paren en
leggen hun eitjes (kikkerdril) in het water
waar de eitjes zich ontwikkelen tot
kikkervisjes. Na verloop van tijd krijgen
die achterpootjes, dan voorpootjes en
tenslotte verdwijnt het staartje. Ons
donderkopje is nu een heel klein kikkertje
geworden.
Padden leven meer op het land. Met hun
dikke wratachtige huid zullen ze niet zo
snel uitdrogen. Ze trekken in het vroege
voorjaar naar het water om er hun eitjes te
leggen.
Watersalamanders
Ook watersalamanders zijn amfibieën. In de
poel zijn ze gemakkelijk te zien want ze
komen regelmatig naar de oppervlakte om adem
te halen. Zoals de andere amfibieën
overwinteren ze op beschutte plekjes onder
houtstapels of tussen stenen.
Stekelbaarsjes
Een vier à vijf centimeter lang visje dat
heel vaak voorkomt. Het heeft - zoals zijn
naam al doet vermoeden - stekeltjes op zijn
rug. In de paartijd kleurt het mannetjes fel
rood en blauw. Hij bouwt een nestje van
modder en plantenresten waar hij een
vrouwtje naartoe lokt. Die legt daar de
eitjes waarna het mannetje er overheen zwemt
om ze te bevruchten.
Waterslakken
De meeste soorten waterslakken leven in
poelen of meren. Je kan ze soms naar de
oppervlakte zien komen. Dat doen ze om de
lucht die in hun schelp opgeslagen is, te
verversen. Er zijn ook slakken met kieuwen
waarmee ze, zoals vissen, zuurstof uit het
water kunnen halen. Enkele soorten: de
poelslak, de moerasslak, de grote posthoorn.
.
Waterkevers
Hiervan zijn er meer dan honderd soorten. De
kevers hebben twee paar vleugels. De harde
voorvleugel beschermen de achtervleugels.
Hoewel ze kunnen vliegen brengen ze de
meeste tijd in het water door. Het zijn
bijna allemaal vleeseters maar ze voeden
zich ook met waterplanten. Een heel bekende
kever is het schrijvertje (het "krinkelende
winkelende waterding" van Guido Gezelle).
Libellen
Uit de eitjes die het libellenvrouwtje in
het water legt, komen na verloop van tijd
nimfen. Deze nimfen zijn echte rovers. Ze
voeden zich met allerlei waterdiertjes. Na
ongeveer een jaar tijd kruipen ze langs een
plantenstengel het water uit. Dan splijt hun
huid en komt er een volwassen libel uit
tevoorschijn.
Libellen zijn goede vliegers. Al vliegend
jagen ze op insecten die ze vaak tijdens hun
vlucht opeten. Deze diertjes leven niet
lang: de meeste volwassen soorten maar een
paar weken.

Gele lis
De gele lis met zijn opvallende gele
bloemen, trekt veel insecten aan. Je vindt
hem langs en in het water.
Kroos
Dit kleine plantje met ovale blaadjes van
maar een paar millimeter doorsnee, drijft op
het wateroppervlak. De wortels hangen in het
water. Sommige poelen zijn helemaal bedekt
met deze kleine plantjes.

Grote lisdodde
Deze plant van de waterkant wordt wel twee
meter hoog. We herkennen hem gemakkelijk aan
zijn bloeiwijze: een dikke donkerbruine
sigaar met een overvloed aan pluizige
zaadjes in de herfst.
Trek je laarzen aan en zoek je loep,
en ontdek de poelbewoners
We hebben even op een rijtje gezet waarop
je moet letten...
De poelliefhebber:
- kijkt goed uit waar hij loopt
- behandelt de diertjes heel
voorzichtig
- vangt niet meer dan één
exemplaar per diersoort
- houdt de verschillende
diersoorten gescheiden zodat ze
elkaar niet kunnen aanvallen
- zorgt ervoor dat er genoeg
plantjes in het potje zijn
waaraan het diertje zich kan
vastgrijpen
- laat de diertjes onmiddellijk
na observatie vrij
|
De poelvernieler:
- vertrapt alle planten, werpt
stenen in het water en laat
afval achter
- verwondt of doodt diertjes
- vangt elk exemplaar dat hij
te pakken krijgt
- zet verschillende natuurlijke
vijanden samen in één potje
- schudt de bokaal heen en weer
- neemt de diertjes mee naar
huis en wacht rustig af tot alle
diertjes dood zijn
|
|
Hoe kan je
dieren observeren buiten de poel?
Je kan diertjes vangen om ze beter te
bestuderen. MAAR dan moet
je heel voorzichtig te werk gaan en de
diertjes nadien weer netjes in de poel
terugzetten.
Enkele vistechnieken:
De kunst bestaat erin de diertjes te vangen
zonder ze te kwetsen en zonder de aarde om
te woelen waardoor het water troebel wordt.
-
Met een visnetje kan je voorzichtig over
het wateroppervlak glijden om zo de
diertjes te vangen die zich op of net
onder het wateroppervlak bevinden.
- Daarna kan je met je
netje het water zelf doorkruisen. Je kan
het beste van beneden naar boven werken.
Zorg er wel voor dat je de bodem niet
raakt.
- De diertjes die zich
verschuilen op stengels of bladeren van
waterplanten kan je vangen door langzaam
met je netje langs de stengels omhoog te
gaan.
- Om bodemdiertjes te vangen
zonder het water te verstoren, kan je
een blok aan een touwtje in het water
laten zakken enkele dagen voordat je
deze diertjes wil onderzoeken. De
bodemdiertjes zullen zich aan het blok
vastklampen en kunnen dan gemakkelijk
naar boven gehaald worden.
De diertjes die je gevangen hebt, zet je
in een kom gevuld met poelwater. Als je ze
goed bekeken hebt, laat je ze weer vrij.
Hoe kan je
dieren observeren in de poel ?
Veel leuker dan waterdiertjes vangen, is
ze bekijken in hun eigen omgeving met je
eigen super-de-luxe "onder-water-kijker".
Daarmee kan je de diertjes observeren zonder
ze te verstoren en zonder al te nat te
worden. Let wel op: deze kijker kan je enkel
gebruiken als het water helder is!
Als je al je vingers heel wil houden, is
het geen slecht idee om de hulp in te roepen
van je vader, moeder, oudere broer,...
-
een plastieken buis (maximum 60 cm lang en minstens 12 cm breed)
- een stuk harde
doorschijnende plastiek (plexiglas) van
2 mm dikte
- silicone en een
siliconespuit
- schuurpapier
- een zaag of mes
- en ook... de hulp van je
ouders
Zo ga je te werk:
-
Zaag de plastieken buis op de juiste
lengte (zie hoger). Hoe korter en breder
de buis is, hoe beter je zal kunnen
observeren.
- Neem een stuk plexiglas en
snijd er een schijf uit met een diameter
gelijk aan de binnenzijde van de
plastieken buis. Dit wordt het
onderwatervenster van de waterkijker.
- Breng silicone aan op de
randen van het plexiglas en plaats deze
in het uiteinde van de buis.
- Eens het plexiglas op de
plaats zit, breng je weer silicone aan
op de randen aan de buitenzijde van het
plexiglas.
- Aan het andere uiteinde
van de buis maak je een inkeping. Met
schuurpapier maak je de scherpe randen
glad. Zo kwets je je neus niet.

Zo, nu kan je beginnen observeren...
Het is niet nodig om de waterkijker diep in het water te steken. Zorg er gewoon
voor dat het "onderwatervenster" onder het wateroppervlak zit.
Hoe kan je
de dieren in de poel herkennen?
 |
|
Druk de twee pagina's
hiernaast af en neem ze mee als je op
exploratie trekt (klik erop om ze te
vergroten).
Deze determinatiekaart zal je helpen de
vele fascinerende diertjes in de poel te
helpen herkennen. |
En
hoe zit het met de planten?
Als je een "plant" tekent, zal dat
meestal een bloem zijn die in een grasperk
staat. Tenzij jij het natuurlijk groter
ziet, en een struik of zelfs een echte boom
te voorschijn tovert. Maar niet velen zullen
spontaan een plant in het water tekenen.
Nochtans zijn er - ook bij ons - heel wat
interessante waterplanten te vinden.
Waterplanten vind je in alle maten en
soorten. Algemeen kan je vier grote groepen
onderscheiden:
- planten die enkel met hun
voeten in het water staan (vb. riet)
- planten die aan de
oppervlakte drijven zonder dat ze
vastzitten in de bodem (vb. eendenkroos)
- planten die met hun
wortels in de bodem van de poel
vastzitten en drijvende bladeren hebben
(vb. waterlelie)
- planten die met hun
wortels in de bodem van de poel
vastzitten en volledig onder water leven
(vb. waterpest).
Hieronder vind je drie kleine
experimentjes om waterplanten wat beter te
leren kennen.
Experiment 1:
-
Zoek uit welke planten er in je poel
voorkomen. Komen alle planten overal in
de poel voor of zijn er die maar op één
enkele plaats te vinden zijn? Vergeet
ook de planten die volledig onder water
leven niet!
Net zoals de planten die op land leven,
moeten de waterplanten ademen, eten en zich
voortplanten. Dat gebeurt niet altijd op
dezelfde manier als bij de "landplanten".
Vooral de planten die volledig onder water
leven, hebben eigen manieren om te overleven
uitgedokterd. Zo verspreiden ze
bijbvoorbeeld hun zaadjes via het water en
hebben ze een aparte bouw.
Experiment 2:
-
Neem uit een poel een voldoende grote waterplant die volledig onder water
groeit (vb. waterpest, hoornblad). Plaats die in een bokaal gevuld met
water.
- Pluk daarna enkele
"land-planten".
- Neem dan in de ene hand
de waterplant (die je natuurlijk uit de
bokaal genomen hebt) en in de andere de
"land-plant". Neem ze vast onderaan de
stengel. Wat is het verschil?
 |
Omdat het leven in
water heel anders is dan op het land,
zijn waterplanten anders gebouwd. Zo
hebben ze bijvoorbeeld een soepele
stengel. Zij gebruiken immers de kracht
van het water om zich recht te houden en
hebben dan ook geen rechte, harde
stengel nodig zoals de "landplanten". |
Experiment 3:
- Pluk uit de poel enkele
takjes van een waterplant die volledig
onder water groeit.
- Vul een doorzichtige bak
voor de helft met water.
- Plaats een bokaal onder
water met de opening naar boven en zorg
dat al de luchtbelletjes eruit zijn.
- Vul die bokaal dan met de
waterplant.
- Draai de bokaal om met de
opening naar onder en laat hem rusten op
een nagel op de bodem van het de bak
(zie tekening). Zorg dat er geen lucht
inkomt!
- Plaats de bak zo dat er
voldoende daglicht aan kan. Dat licht
hebben de planten immers nodig om te
leven. Zorg er wel voor dat de bak niet
in de volle zon staat. Een vensterbank
binnen is een geschikte plaats.
- Na enige tijd (24 uur)
zal de plant luchtbelletjes ontwikkelen
die duidelijk zichtbaar zijn op de bodem
van de bokaal.
 |
Planten zetten
koolstofdioxyde (CO2) om in zuurstof.
Het licht helpt hen daarbij.
Onderwater-planten halen die
koolstofdioxyde uit het water en maken
er zuurstof van (de luchtbelletjes op de
bodem van de bokaal). Zij zorgen er dus
voor dat de vissen en andere
waterdiertjes voldoende zuurstof vinden
om te ademen.
CO2 is het gas dat levende wezens
uitademen. |
Veel plezier!
|