Op avontuur dichtbij huis
Waar vind je 'in het wild levende dieren
en planten'? In Afrika? In Australië? Ja
natuurlijk. Maar je hoef het echt niet zo
ver te zoeken. Ook vlak bij je huis vind je
'wilde planten en dieren'. Ze zien er
misschien niet zo speciaal en exotisch uit,
maar ze zijn net zo belangirjk En wat
is 'niet speciaal'? Als je eens een kever,
slak, rups,… van dichtbij bekijkt, zal je
verbaasd staan van de vreemde kleuren en
vormen van het diertje.
Ontdek
blind je tuin
Dit is een leuke manier om je tuin, een
nabijgelegen veldje of een stuk bos te
(her)ontdekken: laat je blinddoeken door je
broer, zus, vriendje,… Hij of zij brengt je
naar een plekjedat hij of zij zelf heel
mooi, vreemd of grappig vindt. Daar mag je
je blinddoek afdoen. Wedden dat je zo heel
wat mooie plaatssen ontdekt?
Je kan je ook laten voeren naar een
heerlijk geurend plekje, en zonder te
spieken proberen te raden wat je ruikt. De
moedigen kunnen ook - geblinddoekt -
trachten te voelen wat er zich voor hen
bevindt. Zorg er wel voor dat je partner te
vertrouwen is, want wie wil er
nietsvermoedend een bosje netels
vastgrijpen…?
Speurneuzen in je tuin
Overkomt jou dit ook altijd: je ligt
lekker in het gras 'na te denken' (nou ja)
en plots… wordt je rust verstoord door
allerlei kriebelende beestjes. Hoe meer je
ze tracht te negeren, hoe harder ze
kriebelen
Hoewel deze kleine diertjes erg vervelend
kunnen zijn, zijn ze ook erg nuttig. Ze
zorgen er immers voor dat je tuin 'proper'
blijft.
Leg
een klokhuis in een hoekje van je tuin. Ga
dan elke dag een kijkje nemen. Je zal er
allerlei insecten en kleine diertjes zien
die druk bezig zijn deeltjes van je klokhuis
op te eten of te verslepen naar hun eigen
nest,… Dankzij deze 'kriebeldiertjes'
verdwijnt je klokhuis stukje bij beetje.
Jammer genoeg eten deze dietjes niet alles
op. Sommige zaken - zoals plastic en blikjes
- laten ze links liggen.
Zoek
een plekje uit in je tuin waar je enkele
gaten mag graven. In het eerste gat stop je
een klokhuis, in het tweede een stukje ham
en in het derde een stukje plastic. Daarna
gooi je de hele boel weer dicht. Vergeet
niet aan te duiden waar je alles begraven
hebt. Wacht dan een drietal weken en graaf
je 'schatten' weer op. Je zal geen moeite
hebben om het stukje plastic terug te
vinden, maar van de ham en het klokhuis zal
niet veel meer over zijn: daar zijn de
wormen en insecten mee gaan lopen.
Tuinman tegen wil en dank
Heb je je al eens afgevraagd waar al dat
'onkruid' toch vandaan blijft komen? Wel,
daar ben jij voor een deel verantwoordelijk
voor. Aan de zolen van je schoene, de banden
van je fiets,… blijven er zaadjes van
planten hangen. Zonder er iets van te
merken, draag jij zo zaadjes van
verschillende planten rond (jij niet alleen
trouwens: alle dieren doen ook vrolijk mee
en verspreiden zaadjes met hun pootjes, via
hun vacht of hun pluimen).
Schraap
eens wat verse modder van de zolen van je
laarzen en zorg ervoor dat die modder in een
pot met potgrond (zonder turf) terechtkomt.
Geef deze pot regelmatig water. Ga enkele
weken later eens kijken wat er
allemaal in je pot groeit. Zijn het wilde
planten of komen ze uit je tuin?
Speurneuzen in het bos
Kijken zonder gezien te
worden
Ken je je tuin van binnen en van buiten,
dan verleggen we ons speurterrein naar het
bos. Daar is het echt niet moeilijk om
'wilde' dieren te vonden en te bestuderen.
Je moet er alleen voor zorgen dat zij
je niet eerder in de gaten hebben.
Als
je dieren in de antuur wil bestuderen, is
het heel belangrijk dat je niet opvalt.
Fluokleurtjes aantrekken en je radio
meenemen, is dus niet zo'n goed idee. Wat je
wel kan doen is je camoufleren. Maak je
gezicht donker (met roet bijvoorbeeld),
kleed je in bruine, zwarte en groene tinten
en verstop je in het struikgewas. Blijf nu
heel stil staan (niet zo gemakkelijk). Of
beter nog, leg je onbeweeglijk op de grond,
dan val je nog minder op. Al snel zal je
verschillende vogels, konijntjes,… kunnen
zien. Als je een verrekijker hebt, neem die
dan zeker mee. Je kan ook samen met enkele
vrienden een echte schuilhut bouwen met dode
takken, bladeren,… Kies natuurlijk wel een
plaatsje uit waar geen andere mensen
langskomen.
Wie komt daar uit de
lucht gevallen?
Ook in het bos krioelt het van de kleine
diertjes. Zij verstoppen zich onder de
grond, tussen gevallen bladeren, in het
struikgewas, in de bomen,…
Maar als je je ogen goed gebruikt, kan je
ze wel ontdekken.
Voor
het volgende experiment heb je de hulp nodig
van enkele vrienden. Zoek een mooie boom vol
bladeren uit. Houd met twee personen een
witte doek open onder de boom. De derde
persoon schudt nu flink aan één van de
takken van de boom. Je zal versteld staan
hoeveel diertjes er op het doek vallen.
Probeer ze nu te herkennen…
|