Fiche : Het vogelbekdier

Wetenschappelijke naam: Ornithorhyncus anatinus
Gewone naam: vogelbekdier
Lengte: 41-57 cm
Voortplanting: 2 jongen
Levenswijze: alleen
Levensduur: 4 tot 5 jaar voor de mannetjes - 6 tot 8 jaaar voor de vrouwtjes (zelfs tot 17 jaar in gevangenschap)
Verspreiding: oostelijk Australië en Tasmanië
Bedreigd?: vogelbekdierenzijn kwetsbaar. De verdwijning en de vervuiling van hun leefgebied zijn de voornaamste bedreigingen

het vogelbekdier

De geboorte

Van mijn geboorte zelf weet ik helemaal niets meer. Toen ik uit het ei kwam, was ik 2,5 cm lang. Ik was naakt en blind en had nauwelijks een vorm. Ik heb mijn voorpoten gebruikt om mij op de buik van mijn mama omhoog te trekken. Mijn pootjes hadden al krachtige klauwen. Geleid door mijn reukzin vond ik daar rijke melk, waarmee ik mij wekenlang heb kunnen voeden, totdat ik groot was. Ik kom dan wel uit een ei maar ik ben toch een zoogdier!

zes weken

Ik heb de bek van een eend, de staart van een bever, voorpoten met zwemvliezen, een afgeplat lichaam en een zachte vacht. Ik zie er nu eindelijk uit als een vogelbekdier: een eigenaardig dier, vind je niet? Samen met mijn zusje ga ik op speurtocht in de omgeving. Wij spelen graag samen, terwijl mama een oogje in het zeil houdt.

vier maanden

Vandaag is het tijd voor mijn eerste plons in het water. Mijn lichaam is goed aangepast aan het water. Mijn vacht beschermt mij tegen de koude en met mijn voorpoten kan ik zwemmen. Nu ja, eigenlijk is het eerder peddelen wat ik doe, één poot per keer. Ik gebruik mijn achterpoten als roer, en met mijn staart kan ik hoger of lager gaan zwemmen. Dankzij mijn heel gevoelige bek vind ik mijn eten op de bodem van het water. Daar 'hamster' ik de schaaldieren, insecten en huisjesslakken die ik heb buitgemaakt. Ik houd de diertjes onder het water in mijn wangzakken, samen met kiezelstenen en zand. Als mijn wangen vol zijn, kom ik weer boven water. Daar eet ik mijn buit op. Eerst vermaal ik het voedsel met de benige richels in mijn bek (die heb ik in de plaats van tanden).

twee jaar

Het is al heel lang geleden dat ik mijn nest verlaten heb. Ik heb nu in een oever mijn eigen hol gegeraven. Gelukkig heb ik grote klauwen! Het is nu begin augustus, tijd om een vrouwtje te zoeken. Er kan maar beter geen ander mannetje in de buurt komen, anders gebruik ik mijn wapen. Zoals elk mannetje heb ik een spoor met gif op mijn achterpoten. 
Als we jongen hebben gekregen, laat ik het aan de moeder over om zich met de kleintjes bezig te houden.

 

home