Fiche : De ratelslangLatijnse naam:
crotalus Zomer Mijn geboorte is een vreemde gebeurtenis: 21 jonge slangen van 30 cm lang komen uit het lichaam van een andere slang gekropen. Behoorlijk origineel, niet? Zo ben ook ik op de wereld gekomen. Mijn moeder heeft geen eieren gelegd en uitgebroed; ze zijn de hele tijd (3 maanden) lekker warm in haar lichaam blijven zitten. Al van bij mijn geboorte heb ik scherpe giftanden, met een zéér sterk gif. Oren heb ik niet, maar ik vind mijn prooien door de warmte die zij uitstralen, dankzij kuiltjes tussen mijn ogen en neusgaten (die worden groef of pit genoemd). Ik verberg me onder een struik en wacht tot er een klein knaagdier of een vogel opduikt. Dan sla ik toe! Mijn giftanden brengen het sterke gif in het lichaam van mijn prooi. Enkele jaren later Alle jaren verlopen volgens hetzelfde patroon. In de lente, zomer en herfst jaag ik. Deze drie seizoenen breng ik alleen door. De winter breng ik beschut onder de grond door, in het gezelschap van een dertigtal soortgenoten. Ik vervel 3 tot 4 keer per jaar. De restanten van mijn huid worden hard en vormen een ring aan het einde van mijn staart. Naargelang het aantal vervellingen dat ik doormaak, krijg ik er steeds meer ringen bij: deze ringen vormen mijn ratel, waaraan ik mijn naam te danken heb. Hoewel men vaak het tegendeel beweert, ben ik niet agressief. Bij voorkeur maak ik lawaai met mijn ratel om vijanden af te schrikken. Mijn grootste uitdaging bestaat erin aan de grootscheepse klopjachten door de mens te ontsnappen. Daarbij wordt gedurende verschillende dagen op ratelslangen gejaagd. Nadien wordt de ‘buit’ verzameld, gedood, gestroopt en opgegeten! Vroeger werden deze klopjachten gehouden om de bewoners in het gebied te beschermen, maar tegenwoordig zijn die klopjachten niets anders dan een ‘spectaculaire attractie’ voor toeristen.
|