Fiche : DE PAPEGAAIDUIKERWetenschappelijke naam:
Fratercula arctica Het uitkomen Wat stukjes witte eierschaal met bruine vlekken… dat is alles wat er overblijft van het ei waarin ik gedurende 40 dagen gegroeid ben. Ik ben goed verstopt in het hol dat mijn ouders met behulp van hun bek en vleugels gegraven hebben. Ze voeden me om de beurt. Ik moet vlug groot en sterk worden want binnen 40 dagen gooi ik me in het water! Na 6 weken Mijn ouders hebben het nest al een week verlaten. Nu is het mijn beurt, maar ik kan nog niet vliegen omdat mijn verenpak nog niet volgroeid is. Om te voorkomen dat een zeemeeuw mij oppeuzelt, gooi ik me midden in de nacht vanop een hoge klif in het water. Ik zwem zo snel als ik kan de volle zee in, vóór de dageraad. Het zal nog tien dagen duren voor ik mijn vleugels kan uitslaan. Ik breng mijn dagen door met visjes eten. Dankzij een soort naar achter gerichte stekels op mijn gehemelte en tong kan ik voort blijven vissen terwijl ik de vis die ik al gevangen heb in mijn bek vasthoud. Na 2 jaar Voor de eerste maal keer ik terug naar de kliffen waar ik geboren ben. Gedurende drie zomers zal ik me nuttig maken door de kolonie te bewaken. Vooral de ingangen van de holen waarin de kleintjes verscholen zitten hou ik in de gaten. Na 5 jaar In de maand maart heb ik een maatje gevonden! Hij maakte me het hof door zijn mooie gekleurde bek tegen de mijne aan te wrijven en te kirren. Wat een charmeur! We hebben geen nieuw hol gegraven maar onze intrek genomen in een verlaten konijnenhol. We wachten tot ons kleintje ‘uitkomt’. Op het einde van de zomer zullen we terugkeren naar de koude wateren van de Atlantische Oceaan om er apart de winter door te brengen. Volgend jaar in de lente zullen we elkaar weer ontmoeten op de klif waar ik geboren ben.
|