Fiche : De beverWetenschappelijke naam:
Castor fiber EINDE VAN DE LENTE Een van die drie kleine donzige bolletjes tussen die houtkrullen, dat ben ik. Ik ben een week geleden geboren in dit hol in de oever van de rivier. De ingang van het hol moet altijd onder water liggen en daarom hebben mijn ouders een dam gebouwd op de rivier. Bij mijn geboorte moesten mijn vader en mijn oudere broers en zussen het huis uit. Mijn moeder houdt zich nu alleen maar met ons bezig! Over enkele dagen zullen de anderen wel terugkomen. NA DRIE WEKEN Ik begin nu al jonge blaadjes te eten en ik kan al goed zwemmen. Mijn platte staart komt daarbij heel goed van pas. Een slag naar rechts en een slag naar links: mijn staart dient als roer. Als er gevaar dreigt, sla ik met mijn staart op het water om mijn familie te waarschuwen. HERFST Mijn ouders en mijn oudere broers en zussen beginnen voorraden op te slaan voor de winter. Ik leer nu knagen aan zachte bomen zoals populieren, maar dat is niet gemakkelijk. Ik zet mijn bovenste snijtanden in de stam en ik gebruik de onderste om te knagen. Het moeilijkste is de goede richting te vinden zodat de boom naar het water omvalt! Nu kan ik alleen nog maar kleine takken doorknagen maar als ik groter ben kan ik hele bomen aan! WINTER De rivier is bevroren. Om te kunnen ademen onder water hebben mijn ouders een opening in de dam gemaakt om het waterpeil te laten zakken. Op die manier zit er wat lucht tussen het ijs en het water. Wij voeden ons met de voorraden die in de herfst zijn aangelegd. LENTE Mijn moeder zal binnenkort jongen werpen. Enkele dagen geleden zijn mijn oudere broers en zussen voorgoed uit het hol verdreven. Ik word maar voor enkele dagen verdreven, daarna mag ik nog het hele jaar bij mijn familie blijven. Pas daarna is het mijn beurt om een rustig plekje te vinden en mijn eigen hol te graven. |