Zeehonden
SNOEZIGE ZEEZOOGDIEREN…
Een pluizige witte bol op
een witte achtergrond… Enkel een kleine
snufferd en twee grote zwarte ogen steken af
tegen de onberispelijk witte omgeving. De
vertederende blik van een babyzeehondje, die
zijn moeder opwacht op het pakijs...
EEN GROTE
“FAMILIE”
De zeehonden behoren tot de
orde van de Pinnipedia : dat is
Latijns voor “vinpotigen”. Er zijn wel 34
verschillende soorten, die worden
onderverdeeld in drie families: de
Phocidea of zeehondachtigen (zeehonden,
zeeolifanten), de Otariidae of
oorrobachtigen (oorrobben, zeeleeuwen) en de
Odobenidae (één enkele soort: de
walrus).
 |
Sommige
soorten verkiezen een zachter klimaat.
Dat is het geval voor de monniksrob, die
in de Middellandse Zee leeft en bij
Hawaï. |
LEEFGEBIEDEN ALLERLEI
Zeehonden leven in de zee,
maar enkele soorten hebben zich aangepast
aan het leven in zoet water, zoals de
Baïkalrob, die in het Baïkalmeer in Rusland
leeft. De meeste zeehonden zoeken gematigde
of koude streken op, bijvoorbeeld het
Noordpoolgebied. Maar sommige soorten
verkiezen een zachter klimaat. Dat is het
geval voor de monniksrob, die in de
Middellandse Zee leeft en bij Hawaï.
WATER…
HET RIJK VAN DE ZEEHOND
Zeehonden zijn zoogdieren
die perfect aangepast zijn aan het
waterleven. Met hun langwerpig lichaam (we
noemen dat ook wel "hydrodynamisch") zijn
het uitstekende zwemmers. Ze brengen het
merendeel van hun tijd in het water door
waar ze jagen, rusten, reizen,… Hun poten
zijn vinnen geworden: met hun kleine
voorvinnen kunnen ze “sturen”, met hun
achtervinnen stuwen ze zich voort.
Zeehonden ademen door
longen en houden onder water hun adem in. Er
zijn er die tot wel één uur lang onder water
kunnen blijven zonder aan de oppervlakte te
komen ademhalen.
Maar op vaste grond
verloopt één en ander iets minder gezwind!
Daar bewegen zeehonden zich behoorlijk lomp
voort, door over de grond te kruipen.
Dankzij de klauwen aan hun voorvinnen hebben
ze toch wat grip.
Zeehonden hebben lange,
gevoelige snorharen, waardoor ze makkelijk
prooien kunnen opsporen.
EEN
JONG DAT GROEIT ALS KOOL…
In tegenstelling tot de
walvisachtigen, moeten zeehonden aan land
komen om zich voort te planten. Als ze
tussen 3 en 7 jaar oud zijn kunnen de
wijfjes jongen krijgen. In de lente brengen
ze dan één jong ter wereld, dat ze zogen met
hun uiterst voedzame melk (wel 5 keer zo
voedzaam als koeienmelk!). De jongen winnen
snel aan gewicht, tot wel 2 kg per dag. Een
zadelrobmoeder zoogt haar jong amper twee
weken. Dan moet het diertje zichzelf weten
te redden.
ZEEHOND
OF OORROB?
Ze zijn moeilijk uit elkaar
te houden, maar eens je weet dat je op de
oren moet letten kan je je eigenlijk niet
meer vergissen. Oorrobben (of zeeleeuwen)
hebben oren aan de buitenkant. Bij zeehonden
zijn de oren kleine beschermende plooien die
onder water gesloten blijven. Zeehonden
kunnen niet goed op hun voorvinnen steunen,
terwijl oorrobben zich 'op vier poten'
kunnen voortbewegen. Daarbij gebruiken ze
hun achtervinnen, die ze onder hun lichaam
kunnen plooien.
ETEN OF GEGETEN WORDEN…
Op het menu van zeehonden
staat vooral vis, die ze zonder kauwen
binnenspelen, inktvis, weekdieren, en kleine
schaaldieren. Zeehonden hebben zelf ook
enkele geduchte vijanden: haaien, orka’s,
ijsberen en soms ook andere
zeehondensoorten, zoals de zeeluipaard (in
het Zuidpoolgebied).
|