Camouflage

Eten en je niet laten eten! Daar draait het om in de dierenwereld. Om zich te beschermen tegen hun vijanden (roofdieren), kunnen dieren meestal kiezen tussen vluchten of vechten. Maar sommige dieren hebben er iets anders op gevonden… camouflage!

In de natuur is de ene camouflagetechniek al genialer dan de andere: sommige dieren bootsen een ander dieren na en misleiden zo hun vijanden. Andere vermommen zich als elementen uit hun omgeving, door er de vorm en/of kleur van aan te nemen. Ze doen dit zo goed dat je ze bijna niet kan zien.

Schijn bedriegt !
Dieren kunnen door hun vorm, kleur of gedrag een andere soort nabootsen: dat noemen we “mimicry”. Een dier kan bv. een giftige soort nabootsen: zijn vijanden zullen hem dan met rust laten. Na een eerdere confrontatie met de nagebootste giftige soort zijn ze immers wel wijzer. Ook een patroon/motief dat aan een ander dier doet denken, is mogelijk. Vijanden denken dan dat ze met een sterker dier te maken hebben en blazen de aftocht!

De rups van de monarchvlinder (foto) voedt zich met giftige planten. Hierdoor zijn de volwassen vlinders oneetbaar voor vogels. De Amerikaanse ijsvogelvlinder is zelf niet giftig maar lijkt sprekend op de monarchvlinder. De vogels laten hem dus met rust, want ze willen niet ziek worden.

De koraalslang uit Zuid-Amerika is uiterst giftig. Je kan hem makkelijk herkennen aan zijn zwarte en rode strepen. Maar in dezelfde streek leeft ook de ‘onechte koraalslang’ (foto), die eveneens zwarte en rode strepen heeft. Deze slimmerd bootst zelfs het verdedigingsgedrag van zijn ‘neefje’ na. Vijanden kunnen beide slangensoorten niet uit elkaar herkennen. Ze nemen het zekere voor het onzekere en laten de onechte koraalslang met rust.

Je hebt vast al eens een zweefvlieg gezien, ook al besefte je het niet. Het is een onschadelijke vlieg die er als een wesp uitziet. Je zal er dus met een wijde boog omheen lopen uit angst om gestoken te worden!

Sommige vlinders hebben tekeningen op hun vleugels die hun vijanden behoorlijk in de war kunnen brengen. Op de vleugels van de dagpauwoog zie je oogvlekken: het lijken wel de ogen van een uil.

Wie is de camouflage-kampioen?

Sommige dieren hullen zich in een "camouflage-outfit" en worden zo onzichtbaar in hun omgeving. Ze kunnen de vorm aannemen van een object uit hun leefomgeving (bv. een stuk hout). Homomorfie heet dat, wat “dezelfde vorm” betekent in het Latijn. Een steen, blad, twijgje,… dieren kunnen de meest verschillende zaken nabootsen...

De insectenwereld telt veel camouflage-kunstenaars. De bekendste is misschien wel de wandelende tak. Dit bizarre insect ziet eruit als een stukje hout.

Er zijn ook enkele dieren die als twee druppels water op een blad lijken. Alle soorten “wandelende bladeren” natuurlijk, maar ook de valse sabelsprinkhaan uit Belize (foto), en de sprinkhaan uit Frans Guyana. Pas als ze bewegen, zie je dat het diertjes zijn, en geen blaadjes.

Bij sommige krabben zijn de scharen bedekt met algen of stukjes schelp: een camouflagetruc om u tegen te zeggen!


 

Vind jij ze?

En vind je de gekko op zijn boomstam ?

Waar op de tak zit de rups?

Kleuren, kleuren en nog eens kleuren!

Kleur is het wondermiddel bij uitstek om als dier in je omgeving te verdwijnen/op te gaan. Sommige dieren nemen de kleur van hun omgeving aan. Dat noemen we kleurovereenkomst of homochromie, wat in het Latijn ‘dezelfde kleur’ betekent.

De dieren die in het Noordpoolgebied leven, vekleuren in de winter. Ze trekken hun witte winterplunje aan, zodat ze zich ongezien door het sneeuwlandschap kunnen verplaatsen. De poolvos is hier een goed voorbeeld van.

Dieren die in de woestijn leven zijn - niet toevallig - vaak zandkleurig. Kijk maar eens naar deze woestijnvos.

Kameleons nemen de kleur aan van de ondergrond waarop ze zitten. Deze Jacksonii-kameleon zit verscholen tussen de cactussen.

De strepen van een zebra en de vlekken van een giraf zorgen ervoor dat deze dieren veel minder zichtbaar zijn voor de ogen van hun vijanden, vooral in het schemerdonker.

Roggen en platte vissen zoals de schol en de tong leven op de bodem van de zee. Hun huid is bedekt met kleine vlekjes die op zandkorrels lijken. Naargelang de kleur van het zand kleuren de vissen lichter of donkerder.

Vissen die zich tussen verschillende diepten verplaatsen, hebben vaak een lichte buikzijde en een donkere rugzijde. Van onderuit gezien zijn ze haast niet zichtbaar tegen het blauw van de hemel, van bovenuit tegen het duister van de diepte.

Welpje
Bij veel diersoorten hebben de jongen vaak een vacht die hen minder zichtbaar maakt voor hun vijanden.

De vijanden in de tegenaanval?

Ook roofdieren maken gebruik van camouflagetechnieken om hun prooien beter te kunnen vangen. Vaak houden ze zich onbeweeglijk stil en wachten ze tot de prooi dicht genoeg genaderd is. Door hun kleur en vorm zijn ze bijna onzichtbaar. Hun nietsvermoedende slachtoffers zullen hen pas opmerken als het al te laat is…

De gewone poetslipvis is een onschadelijke vissoort. Hij bewijst de grootste vissen een dienst door hen te verlossen van hun parasieten en de voedselresten tussen hun tanden. Maar er bestaat ook een valse poetslipvis, die erg op de gewone poetslipvis lijkt: hij heeft dezelfde vorm, dezelfde kleur en hetzelfde patroon. Maar de valse poetsvis heeft ook scherpe tanden. Hij benadert vissen die gewoon zijn zich door een gewone poetsvis te laten ”behandelen”. Die laten hem nietsvermoedend dichterbij komen. Dan slaat de valse poetslipvis zijn slag, en bijt een hap vlees uit zijn slachtoffer…

Leeuwen zijn door hun roodbruine vacht onzichtbaar in het hoge gras, en kunnen hun prooien onopgemerkt besluipen.

Tijgers kunnen dankzij hun strepen onopgemerkt door de schaduwrijke wildernis stappen.


Al deze wonderlijke dieren maken onze planeet tot een bijzondere plaats om te leven. Eten en gegeten worden, maken deel uit van de cyclus van het leven. WWF zet zich al meer dan 40 jaar in om ervoor te zorgen dat deze prachtige diersoorten niet verdwijnen. En de strijd is nog niet gestreden…

 

home