De buideldieren
Als je "Australië" hoort,
denk je waarschijnlijk onmiddellijk aan
kangoeroes en koala’s. Dat zijn zoogdieren,
maar wel hele bijzondere: het zijn
buideldieren! In tegenstelling tot wat
mensen soms denken, komen buideldieren niet
alleen in Australië voor. Ze leven ook in
Oceanië en Centraal- en Zuid-Amerika.
EEN
BESCHERMENDE BUIDEL
Een verschil met andere
zoogdieren is dat de jongen van buideldieren
zich niet helemaal in de buik van hun moeder
ontwikkelen maar aan de buitenkant, in een
beschermende buidel.
KWETSBARE KLEINTJES
Bij de geboorte zijn buideldieren nog heel
klein en wegen ze slechts enkele grammen.
Hun achterpootjes zijn nog niet volledig
gevormd en hun nieren, hart en longen
functioneren nauwelijks. Zodra een
buideldierjong uit z'n moeders buik gekomen
is, kruipt hij in haar veilige buidel om
verder te groeien. Om te kunnen overleven
moet hij zich goed vastklampen. Daarom heeft
hij al klauwtjes aan zijn voorpoten. Dankzij
zijn reukzin weet het kleine diertje de
tepel van zijn moeder te vinden, en dus ook
de melk die hij nodig heeft. Het jong zal
zich wekenlang aan deze tepel blijven
vastklampen.
De buidel van een kangoeroe
bevindt zich aan de buikzijde. Maar bij
andere diersoorten kan hij op de rug zitten.
ZO HERKEN
JE EEN ZOOGDIER
Je
kent al veel zoogdieren: de hond, de kat, de
koe, de aap. Soms zie je niet onmiddellijk
of een dier een zoogdier is. Zo denken
sommigen onterecht dat de dolfijn een vis
is. Maar hoe kan je dan een zoogdier
herkennen? Alle zoogdiervrouwtjes voeden hun
jong met melk die ze zelf produceren. Ook
hebben alle zoogdieren ooit in hun leven
ergens pels (ook al is het maar even). Zo
hebben walvisjongen pels op hun snuit, al
raken ze die bij het opgroeien al snel weer
kwijt. Het gordeldier heeft benige plaatjes
op zijn rug, maar zijn buik is bedekt met
pels. Alle zoogdieren – behalve de luiaards
en de familie van de lamantijnen of manati's
(een soort zeekoeien) – hebben een nek met
zeven halswervels, zelfs de giraf! Ook is de
lichaamstemperatuur van zoogdieren constant.
Dat is bv. niet het geval bij de reptielen,
die de zon nodig hebben om op temperatuur te
blijven.
EEN WAAIER
AAN MATEN, VORMEN EN KLEUREN!
Er zijn wel 272 soorten
buideldieren, die verschillende leefgebieden
"ingepalmd" hebben: ze leven in bossen,
woestijnen, onder de grond of in het water.
En er zijn zowel vleeseters als planteneters
bij.
Buideldieren kunnen erg
klein zijn. Zo meten buidelspringmuizen
amper een tiental centimeters. Maar sommige
buideldieren worden makkelijk anderhalve
meter groot, zoals de rode reuzenkangoeroe.
|
|
Een zeer
bekend buideldier is de koala,
die alleen maar eucalyptusblaadjes eet.
Nu groeien er in Australië wel 350
soorten eucalyptus, maar de koala lust
er maar een twintigtal van. Slechts
weinig koala’s overleven in
gevangenschap. |
De
buideleikelmuis is één van de
kleinste buideldieren. Zijn lichaam is
maar 10 cm lang en dat is precies even
lang als zijn staart! De buideleikelmuis
is erg nuttig. Hij voedt zich met
bloemennectar en brengt ondertussen
stuifmeel over van de ene naar de andere
bloem. Zo helpt hij de planten zich
voort te planten. |
|
|
De
wombat lijkt wat op een beer,
maar dan "in het klein". Met zijn grote
klauwen graaft hij tunnels die wel 200
meter lang kunnen zijn. Soms storten die
tunnels in, zodat er grote putten
ontstaan waarin paarden kunnen
struikelen. |
De
wolhaarbuidelrat leeft in
Centraal-Amerika. Er werd lang op hem
gejaagd omwille van zijn mooie, zachte
vacht die zijn hele lichaam (behalve
zijn staart) bedekt. Met zijn lange
staart kan hij zich aan de takken van de
bomen vastklampen. |
|
|
De grote
buidelmarter lijkt erg op de
steenmarter. Hij is een geducht en
beweeglijk roofdier dat zijn prooi met
een eenvoudige beet in de nek kan doden. |
|
KANGOEROE OF WALLABY?
Het enige verschil tussen
een kangoeroe en een wallaby is hun grootte.
Je zou kunnen zeggen dat kangoeroes grote
wallaby’s zijn en wallaby’s… kleine
kangoeroes!
 |
Een
kangoeroe herken je aan zijn typische
vorm: twee grote achterpoten, twee
kleine voorpoten en een grote, gespierde
staart. Dankzij deze ledematen is de
kangoeroe een ware spring- en
snelheidskampioen. De rode
reuzenkangoeroe kan 12 meter ver
springen en een snelheid halen van 65
km/u. Kangoeroes eten planten en
grassen. |
|
|
 |
Parry-wallaby's
leven in groepen. Je vindt ze in
eucalyptusbossen in bergachtige
gebieden. Het jong van een Parry-wallaby
blijft langer dan 8 maanden in de buidel
van zijn moeder. Die blijft hem zogen
tot hij 15 maanden oud is. |
|
|
 |
De
quokka leeft nog maar op twee
eilanden aan de Australische kust:
Rottnest en Bald. Om zich te verfrissen
likt hij zijn poten, staart en buik. |
|
|
 |
De
geelvoetkangoeroe is een
wallaby die in rotsen en kloven leeft.
Hij springt van rots tot rots om zich te
verplaatsen. |
|
|
OOK IN DE
BOMEN!
Er
bestaan ook kangoeroes die een groot deel
van hun tijd in de bomen doorbrengen. De
achterpoten van deze boomkangoeroes zijn
korter dan bij andere kangoeroes.
De
Goodfellow-boomkangoeroe leeft in
de bomen. Zijn lichaam is helemaal aan een
leven in de bomen aangepast. Om te klimmen
grijpt hij de boomstam vast met zijn
voorpoten. Naar beneden komen doet hij
achterwaarts met behulp van zijn voorpoten,
terwijl hij zijn achterpoten over de
boomstam naar beneden laat glijden. Om zich
van boom naar boom te begeven, maakt hij
soms sprongen van 9 meter ver!
BEDREIGINGEN
De grootste bedreiging voor
de buideldieren is de mens. Toen de
Europeanen naar Australië trokken, hadden ze
konijnen bij. Die hebben er veel schade
aangericht. Ze groeven holen en schrokten
een deel van de planten op. Bovendien hadden
ze er geen natuurlijke vijand, en namen ze
dus snel in aantal toe. De Europeanen hebben
toen vossen uitgezet om op de konijnen te
jagen. Maar die vossen vingen helaas vooral
kleine buideldieren. Die zijn immers véél
makkelijker te vangen dan konijnen…
De Europeanen brachten nog
een ander dier mee naar Australië, dat er
ook veel schade aanrichtte: de kat. Katten
hebben er veel reptielen, vogels en
buideldieren buitgemaakt! En dat is nog niet
alles! De Europeanen kapten er ook veel
bossen, om plaats te maken voor
landbouwgrond. Zo kregen de buideldieren nog
minder plaats!
In
1930 werd de laatste Tasmaanse
buidelwolf in de natuur gedood. En
ook daar is de verantwoordelijk voor: hij
jaagde op de wolven en vergiftigde hen,
omdat hij ze schadelijk vond. Op 7 september
1936 stierf de laatste buidelwolf in
gevangenschap, in de zoo van Hobart.
WAT DOET
WWF?
WWF-Australië bestudeert de
buideldieren en hun verspreiding. Samen met
andere organisaties pakt WWF de gevaren aan
die deze dieren bedreigen. Maar er is nog
veel werk aan de winkel! Alleen al in
Australië zijn 76 (van de 200)
buideldiersoorten met uitsterven bedreigd of
reeds verdwenen!
|